Er zijn veel manieren om de Bijbel te bestuderen. De methode hieronder is in groepsstudie goed gebleken. Ze werkt goed voor een Bijbelstudiegroep: iedereen doet dit eerst voor zichzelf, en daarna komt men samen om te delen wat men geleerd heeft. Het is goed om dit te doen met korte Bijbelboeken (bijvoorbeeld Titus, 1 en 2 Petrus, 1 en 2 Timotheüs, Judas enzovoort), met ongeveer tien verzen per week.
Om het duidelijk te maken, nemen wij als voorbeeld een groep die het boek 2 Timotheüs gaat bestuderen en die eenmaal per week ongeveer een uur samenkomt.
Lees de hele brief elke week zo vaak mogelijk door. Door de Schrift steeds opnieuw te lezen houdt u de samenhang van de hele brief voor ogen, terwijl u elke week naar kleinere gedeelten kijkt.
Sommigen vinden het nuttig om bij dit herhaald lezen verschillende vertalingen te gebruiken. Wie bijvoorbeeld de Statenvertaling leest, kan daarnaast ook een andere vertaling lezen, zoals de Herziene Statenvertaling.
Naast het herhaald lezen parafraseren wij, ter voorbereiding op de eerste samenkomst, hoofdstuk 1.
Schrijf de Schrift in uw eigen woorden op. Wij vragen: “Heere, wat wilt U hier zeggen?” Het doel is “de eenvoudige zin van de Schrift te zoeken”.
Voor hoofdstuk 1 probeert iedereen per vers minstens één verwijzing naar een andere Schriftplaats te vinden, die laat zien waarom u iets op een bepaalde manier geparafraseerd hebt. Dit zoeken naar verwijzingen moedigt ieder aan om Schrift met Schrift te vergelijken en een eigen, persoonlijke uitleg te vermijden.
Nadat ieder het hoofdstuk geparafraseerd en verwijzingen gevonden heeft, moet hij proberen tijd te vinden om alleen te zijn met God, om te bidden en dit Schriftgedeelte te overdenken, met de vraag: “Heere, wat heeft dit met mij te maken?” Vraag God of er zijn:
Het doel van deze tijd is God te vragen om concrete, praktische toepassingen van of antwoorden op dit Schriftgedeelte. Zie voor meer hierover het artikel over Overdenken.
In de wekelijkse samenkomsten kan na het gebed ieder om de beurt zijn parafrase voorlezen, terwijl de anderen aandachtig luisteren. Het doel is na te gaan of iemand iets aan de Schrift heeft toegevoegd of iets van de Schrift heeft afgedaan. Ook hier willen wij alleen “de eenvoudige zin van de Schrift” zoeken.
Ten tweede bespreekt de groep elk vers van dat hoofdstuk afzonderlijk, waarbij ieder de gelegenheid krijgt zijn verwijzingen te delen.
Ten derde wordt ieder aangemoedigd de praktische toepassing te delen die God hem tijdens het overdenken van dit gedeelte heeft laten zien.
Nadat u de parafrases, verwijzingen en praktische toepassingen van anderen gehoord hebt, kan het nuttig zijn het gedeelte nog eens te overdenken, om te zien of er iets is wat u kunt leren nu u ervaren hebt dat “ijzer scherpt men met ijzer” (Spreuken 27:17).
Handelingen 17:11 zegt (over de gelovigen in Berea):