Voorganger of priesterdom?

Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen,
gebouwd tot een geestelijk huis,
tot een heilig priesterdom,
om geestelijke offeranden op te offeren,
die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.
1 Petrus 2:5
Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom,
een heilig volk, een verkregen volk;
opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen,
Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;
1 Petrus 2:9

Dit artikel daagt de lezer uit de Schrift te onderzoeken met deze vraag: moet er één voorganger zijn die elke week preekt, of moet de prediking komen van alle mannen (zoals de Heilige Geest hen leidt om te spreken)? Overweeg alstublieft het volgende Schriftgedeelte:

Wat is het dan, broeders? Wanneer gij samenkomt, een iegelijk van u, heeft hij een psalm,
heeft hij een leer,
heeft hij een vreemde taal,
heeft hij een openbaring,
heeft hij een uitlegging;
laat alle dingen geschieden tot stichting;
1 Corinthiërs 14:26

Het was heel duidelijk dat het doel was dat de gemeente gesticht zou worden door de bijdrage van ieder afzonderlijk (1 Corinthiërs 14:5,16). Dat blijkt opnieuw uit de brief van Paulus aan de gemeente in Efeze:

En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen,
en sommigen tot profeten,
en sommigen tot evangelisten,
en sommigen tot herders en leraars;

Tot de volmaking der heiligen,
tot het werk der bediening,
tot opbouwing des lichaams van Christus;
Efeziërs 4:11-12

God heeft verschillende gaven aan verschillende mensen gegeven, opdat de gemeente opgebouwd wordt door de “menigerlei genade Gods” (1 Petrus 4:10). Eén man bezit niet alle verschillende gaven van God. Daarom kan één man niet in zijn eentje al het werk doen om het lichaam van Christus op te bouwen. Paulus benadrukt opnieuw dat het lichaam samen moet functioneren, in 1 Corinthiërs 12:

Want ook het lichaam is niet een lid, maar vele leden.
Ware het gehele lichaam het oog,
waar zou het gehoor zijn?
Ware het gehele lichaam gehoor,
waar zou de reuk zijn?
1 Corinthiërs 12:14,17

Wat is er mis mee als één man de leiding heeft?

Ik heb aan de Gemeente geschreven; maar Diotrefes,
die onder hen zoekt de eerste te zijn,
neemt ons niet aan.
3 Johannes 9

Hier is een voorbeeld van één man, Diotrefes, die de eerste wilde zijn, dat wil zeggen: die de groep wilde overheersen. Het is gevaarlijk één persoon de leiding te geven over de hele gemeente. Dat laat geen ruimte voor onderling toezicht en tegenwicht. Zelfs de opstellers van de (Amerikaanse) grondwet hebben het systeem gemodelleerd naar het idee van een presbyterium, een groep mannen die samen de leiding over de regering zouden hebben. Petrus’ aanwijzing aan de ouderlingen van de gemeente was: “Weidt de kudde Gods” (1 Petrus 5:2), maar “Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.” (1 Petrus 5:3).

Wat is dan eigenlijk het doel van het samenkomen?

En laat ons op elkander acht nemen,
tot opscherping der liefde en der goede werken;
En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten,
gelijk sommigen de gewoonte hebben,
maar elkander vermanen;
en dat zoveel te meer,
als gij ziet, dat de dag nadert.
Hebreeën 10:24-25

Wij moeten bedenken dat de reden om elke week samen te komen is: (1) het brood breken (Handelingen 2:42), (2) het gebed, (3) de leer der apostelen, (4) elkaar bemoedigen en vermanen tot liefde en goede werken (Hebreeën 10:24-25), (5) elkaar leren en vermanen met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen:

Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid;
leert en vermaant elkander,
met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen,
zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.
Colossenzen 3:16

Is het verkeerd als één persoon preekt?

Nee. Het lijkt erop dat er van tijd tot tijd iemand naar de gemeente in een bepaalde streek kwam en het woord nam. Een opvallend voorbeeld is Paulus, die tot de gemeente in Troas sprak. Zij kwamen op de eerste dag van de week samen om brood te breken, en “handelde Paulus met hen… en hij strekte zijne rede uit tot den middernacht” (Handelingen 20:7).

Maar als één persoon elke week alleen preekt, en er geen gelegenheid is om elkaar te bemoedigen en te vermanen, of om de anderen te horen, dan wordt het lichaam niet opgebouwd op de manier die God heeft voorgeschreven. En “Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.” (Galaten 6:7). Wij zullen oogsten wat wij zaaien. Als wij het onderwijs van Gods Woord niet zorgvuldig volgen, zal de gemeente daaronder lijden. Echte groei van de gemeente kan alleen voortkomen uit gehoorzaamheid, door de dingen te doen op de manier die Hij heeft bevolen (Jozua 1:8, Psalm 37:23, 1 Corinthiërs 14:40).

Slotvermaning

Ons gebed is dat u overweegt wat hier geschreven is, dat u zult zijn zoals de gelovigen in Berea, en dagelijks de Schriften zult onderzoeken, of het zo is:

En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren,
als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid,
onderzoekende dagelijks de Schriften,
of deze dingen alzo waren.
Handelingen 17:11
Merk, hetgeen ik zeg;
doch de Heere geve u verstand in alle dingen.
2 Timotheüs 2:7